Gezondheid‎ > ‎

Zwoegerziekte

Longaandoening bij schapen, die veroorzaakt wordt door een lentivirus, die behoort tot de retrovirussen.
De ziekte is verwant aan Caprine arthritis encephalitis (CAE), die bij geiten voorkomt.
In het algemeen schrijden schapen met zwoegerziekte langzaam voort, ze vermageren en
sterven uiteindelijk.
 
Symptomen
De belangrijkste symptomen van zwoegerziekte zijn ademhalingsmoeilijkheden. De longen blijven achter bij het verplaatsen.
Het uierweefsel verhardt, de melkproductie loopt terug.
De gewrichten gaan ontsteken. Vanwege beschadigingen aan de hersenen gaat het dier aan één kant overkoot bij
het lopen, daarna treden verlammingen op waar het dier aan overlijdt. 
Plotselinge sterfte kan plaatsvinden na inspanning, opjagen of bijkomende infectie.
De besmetting vindt plaats via de melk of de uitademingslucht.
Niet alleen schapen maar ook geiten kunnen het virus doorgeven. Geiten krijgen geen zwoegerziekte, de ziekte is diersoort-specifiek.
Na een infectie duurt het maanden en soms jaren voor er antistoffen tegen het virus in het bloed aanwezig zijn.
De eerste ziekteverschijnselen verschijnen nog later.
Hierdoor komt  de ziekte voornamelijk voor bij oudere dieren. Er is geen behandeling voor, ook geen preventief vaccin.
 
Het virus wordt overgebracht via de uitgeademde lucht van een besmet dier.
Via het gezondheidsprogramma van de GD kan een zwoegervrije status worden bereikt.
In dat geval is contact met niet-zwoegervrije schapen niet toegestaan.
Hanteer bij de afrastering van de wei een afstand van drie meter tot een aangrenzende schapenwei met niet-zwoegervrije dieren.
Dieren kunnen ook besmet worden door een niet goed gereinigde trailer.
Denk dus aan het ontsmetten van voertuigen, inclusief de banden.
Houders van schapen met een zwoegervrije status gebruiken alleen biest van het eigen bedrijf of van een zwoegerziektevrij bedrijf.
Bij keuringen wordt vaak onderscheid gemaakt tussen zwoegervrije dieren en niet-zwoegervrije dieren.  
 
Bronnen:
website Levende Have; kennisnet voor hobbydierhouders
 

Zwoegervrijstatus

Schapenhouders zijn niet verplicht om een zwoegervrijstatus te realiseren. Het vergt nogal een inspanning en kosten.
Om de zwoegervrijstatus te verkrijgen moeten alle dieren geregistreerd zijn in IDR van de GD.
Vervolgens moeten alle dieren ouder dan 6 maanden onderzocht worden. De dierenarts komt bloed tappen.
Het bloedmonster wordt onderzocht door de GD. Bij een negatieve uitslag dient het onderzoek na een jaar herhaald
te worden.
Wanneer ook deze uitslag negatief is en de schapenhouder door middel van IDR aan kan tonen niet in contact geweest te zijn met
mogelijk besmette dieren, ontvangt hij het zwoegervrij-certificaat.
Om de zwoegerziektevrijstatus te behouden is regelmatig onderzoek nodig.
Twaalf maanden na het behalen van het certificaat moet het bloed van een aantal dieren opnieuw worden onderzocht.
Is het resultaat van dit steekproefonderzoek gunstig dan kan  het volgende bewakingsonderzoek 24 maanden later plaatsvinden.