Verzorging‎ > ‎

Dekperiode

Paartijd bij schapen
Als men schapen houdt dan zal men waarschijnlijk vroeg of laat ook wel eens lammetjes willen.
Als interesse voor een ras, voor het vlees of gewoon voor het plezier.
Denk echter eerst goed na of u wel lammetjes wilt:
- hebt u een ram of kan u er één lenen?
- hebt u plaats voor de extra dieren?
- is uw stal voldoende uitgerust?
- ben u er zich van bewust dat het soms ook fout afloopt?

   De paartijd of bronst

Ooien zijn geslachtsrijp op 8 tot 15 maanden, rammen zijn vruchtbaar vanaf 6 tot 12 maanden.   
Sommige fokkers laten ooien niet dekken in het jaar dat ze geboren zijn maar pas in het daarop volgend jaar.
Hierdoor zouden de dieren beter uitgroeien en sterkere lammeren voortbrengen.   
Er zou dan immers geen concurentie zijn tussen de groeiende ooi en de lammeren die ze draagt.   
De paartijd loopt bij schapen van augustus tot december. Gedurende deze periode wordt een ooi om de 17 tot 20
dagen bronstig of hitsig. Gedurende deze hitsige fase, die ongeveer anderhalve dag duurt, kan de ooi gedekt worden.
 
Tekenen van bronst bij de ooi zijn:
    - blaten
    - onrustig gedrag
    - kwispelen
    - bij de ram blijven
    - zwelling en rood kleuren van de vulva
    - veelvuldig urineren
 
Zorg steeds dat de ooien in een zeer goede conditie de paartijd ingaan. Ze moeten steeds vrije toegang hebben
tot een likblok met selenium en vitamine E, aangezien dit de vruchtbaarheid positief beïnvloedt. Let er wel op dat ze
niet te vet staan. Ideaal gezien moet de ooi immers wat aandikken gedurende de dracht. Daarnaast zijn vette ooien minder vruchtbaar. Plaats de dieren op een goede weide en speen de lammeren van de ooien af een maand voor
de dekperiode. Ook een goede klauwverzorging is cruciaal zodat het dier niet op haar knieën gaat staan of zelfs
volledig gaat liggen van de pijn aan de hoeven. In deze positie zal zij immers niet gedekt worden.
Om de kans op grotere worpen te vergroten wordt soms 'flushing' toegepast. Hierbij laat men de dieren in juni en juli
op een armere weide grazen.
Een maand voor de paartijd verplaatst men de dieren naar een rijke weide en voert men een goede korrel bij.
Deze methode past echter niet in een biologische schapenhouderij, aangezien ze het moederdier kan uitputten
en er steeds een verhoogd risico op complicaties is bij meerlingen.

  Het dekken

Om de ooien allemaal in dezelfde korte periode te laten aflammeren, wordt soms ook een zoekram ingezet.
Dit is een gesteriliseerde ram (geen gecastreerde) die men bij de ooien plaatst tijdens de paartijd.
De ooien zullen hitsig worden enkele dagen nadat de zoekram bij de kudde is geplaatst.
Aangezien de ram gesteriliseerd is, zullen de ooien uiteraard niet drachtig worden. Na een twee weken
vervangt men de zoekram door de dekram. Nog eens een week later worden de meeste ooien opnieuw
hitsig en zullen zij gedekt worden door de dekram. De ooien zullen dan bijna allemaal aflammeren in dezelfde
korte periode.
Het dekken gebeurt best door de ram vrij in de kudde in te brengen op de weide. Dit is immers veel gemakkelijker,
natuurlijker en minder arbeidsintensief dan ooi per ooi op het (hopelijk)  juiste moment voor de ram te leiden.
Het aanbrengen van een dektuig met kleurblok laat toe nauwkeurig te bepalen welke ooi wanneer gedekt is.
 Verander wekelijks de kleur van de  kleurblok om vergissingen te vermijden.

  Let op de voeding

De draagtijd van schapen bedraagt ongeveer 150 dagen (5 maanden min 5 dagen). De ooien dienen niet
bijgevoerd te worden, tenzij in de laatste anderhalve maand. De ooien mogen echter niet te vet staan en
 éénmaal begonnen met bijvoederen moet men die volhouden tot de bevalling om de kans op
 zwangerschapsvergiftiging of ketosis te vermijden.
Bij deze aandoening zal de ooi bij te weinig beschikbare glucose overschakelen op afbraak van vetten.
Deze afbraak van de vrije vetzuren resulteert in de verhoogde productie van ketonen, acetoacetaat,
en B – hydroxybutyraat. Bij het erger worden van de hypoglycemie zal de keton – spiegel in het bloed toenemen
(ketonemia) en zal ketosis optreden. Door toename van ketosis  in het bloed zal het bicarbonaatgehalte in het
 bloed afnemen en zal vergiftiging optreden. De ooi en de lammeren kunnen hieraan uiteindelijks sterven.
Overvoeren van graan voor extra glucose te geven, kan dan weer een verzuring van de pens met zich meebrengen.
De ooi weigert dan te eten en de melkproductie stopt. Een gebalanceerde voeding is een belangrijk aandachtspunt.
 In normale omstandigheden zal een ooi in goede conditie en met de juiste verzorging zonder problemen de
lammerdag bereiken en hopelijk ook vlot aflammeren.

    Bron:  De bioboer